Een spiegel van satire en fantasie 
 
   „Ik ben nooit bezig met ethische projecten. Als je die in je hoofd hebt, wordt het schrijven er alleen maar moeilijker op. Ik had verhalen in mijn hoofd. Via die verhalen is deze roman, deze spiegel van de Italiaanse samenleving, ontstaan.”
 
   In de Nederlandse literaire wereld is zijn naam inmiddels bij weinig mensen meer onbekend. Hij heeft zijn exponentieel groeiende populariteit mede te danken aan de lovende woorden van enkele vooraanstaande Nederlandse auteurs, die bereid werden gevonden op deze manier als kruiwagen voor hem op te treden. Zijn tweede en bekendste boek, Ik haal je op, ik neem je mee, is in groten getale over de toonbank van de boekhandel gegaan, en ook zijn andere in het Nederlands uitgegeven werk vindt steeds meer aftrek. Nu is er de vertaling van de nieuwste roman van Niccolò Ammaniti (geboren in 1966), Che la festa cominci uit 2009, verschenen bij uitgeverij Lebowski onder de logisch vertaalde titel Laat het feest beginnen.
   Op de omslag van het boek deze keer geen de lezer aankijkend of met een vliegtuigje spelend joch, maar de indrukwekkende tronie van een volwassen nijlpaard in het water. De oplettende criticus voelt hier al nattigheid. Een spectaculaire discrepantie in de serie omslagen van de Nederlandse vertalingen van Ammaniti’s boeken. Eenmaal begonnen in het boek zal de lezer zijn verbazing al helemaal niet meer onder stoelen of banken kunnen steken, geconfronteerd als deze wordt met een opeenvolging van de meest uiteenlopende absurditeiten en hilarische situaties. Ammaniti zegt hierover zelf: "Ik heb geprobeerd een boek te schrijven dat snel leest en waarvan hopelijk iets blijft hangen." Welnu, dat is hem gelukt. Het zou jammer zijn van het verklappen, en bovendien behoorlijk veel schermruimte rovend, om hier uit de doeken te doen waaruit deze waanzinnige verzinsels bestaan. Maar wees gerust: het zal niet tegenvallen!
   Vooruit, een klein tipje van de sluier – men moet tenslotte weten waar men aan toe is. De hoofdpersonen uit het boek zijn een door zijn vrouw en schoonvader onderdrukte meubelmaker die in zijn vrije tijd een duistere sekte leidt, en een ogenschijnlijk zelfvoldane schrijver met behoorlijke successen op zijn naam, die tegelijk zijn charme gebruikt om zich al het vrouwelijk schoon binnen redelijke afstand toe te eigenen én probeert om te gaan met de diepe aantasting van zijn wezen door existentiële onzekerheid. Als bijfiguren komen langs: een schatrijke villa-eigenaar met een buitenproportioneel feest, een sociaal bewogen soulzangeres, een verliefd paar dat opziet tegen een zelfmoordafspraak, een jonge rijzende ster aan het schrijversfirmament, een groep verdwenen Russische atleten en verder een keur aan wilde dieren van velerlei kunne.
   Gelukkig is niet het hele boek één grote achtbaan van opeengehoopte fantasieën. Zo af en toe laat Ammaniti zien dezelfde te zijn die Ik ben niet bang en Zo God het wil schreef, en die volslagen serieus genomen wordt door zijn lezers. Dat hoeft in dit boek meestal niet. Maar verpakt in alle hilariteit ligt een fraaie maatschappijkritische ondertoon, waarvan de auteur niet tevergeefs hoeft te hopen dat er iets van blijft hangen.

   Er zijn veel redenen om te schrijven. Een belangrijke reden, die veel goede schrijvers frequent aanhalen, is een innerlijke drang die de auteur voelt: het boek dat hij of zij schrijft, moet geschreven worden; de wereld heeft het nodig. In veel gevallen is deze drang volslagen ridicuul, en maakt van een schrijver in spe een wereldvreemd, paranoïde wrak. Bij uitzondering accepteert de wereld de noodzaak van het boek, en dan is de naam van de schrijver ook in een klap gevestigd. Dergelijke werken hebben we in de afgelopen jaren voorbij zien komen in onder andere De schaduw van de wind, De vliegeraar, recentelijk Haar naam was Sarah en misschien ook wel Ammaniti's eigen Ik haal je op, ik neem je mee.
   Hierbij wordt wellicht voorbijgegaan aan een ander zeer belangrijk aspect van het schrijverschap: plezier te hebben in het schrijven. Dat is iets dat uit elke pagina van Laat het feest beginnen spat, en dat maakt de leeservaring ongelooflijk prettig. Waren er maar meer boeken die het nuttige zo met het aangename wisten te verenigen!
 

De Bouwman Boekentip

Op deze plaats presenteren wij een werk dat ons bijzonder aanspreekt. Er mag daarom wel wat meer aandacht aan geschonken worden dan gewoonlijk!


Laat het feest beginnen
Niccolò Ammaniti
gerecenseerd door Jasper Witteveen



Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966) publiceerde zijn eerste boek Branchie! in 1994. In Nederland is totnogtoe zijn bekendste werk Ik haal je op, ik neem je mee, vertaald in 2004.